Pagina's

dinsdag 3 april 2012

En weer drie zoenen!

 


Een boterham met kaas
Eén van de leukste dingen van emigreren is dat je de mogelijkheid hebt om oude (Nederlandse) gewoontes en gebruiken aan te vullen met gewoontes uit je nieuwe land. Bijvoorbeeld omdat ze je beter passen of omdat je je daar prettig bij voelt. 

Zo bevalt mij de Franse gewoonte om ´s middags om 12 uur de warme maaltijd te gebruiken zeer goed. Ik kan daarentegen slecht uit de voeten met de Franse ontbijtrituelen. Alleen een croissantje met jam, gedoopt in de warme chocolademelk, helpt mij niet de ochtend door. Dan geef ik toch de voorkeur aan een stevige volkoren boterham met kaas. 

Voor nieuwkomers is het niet altijd duidelijk wat de betekenis is van bepaalde gebruiken, uitspraken of gewoontes. We hebben in eerste instantie alleen ons eigen referentiekader. Het referentiekader van het nieuwe land moeten we ons langzaam eigen maken. 

In de armen van Jan en alleman
Eén van de meest raadselachtigste gewoontes van de Fransen is voor mij hun manier van begroeten. Ze zoenen elkaar namelijk. Op zich een goede gewoonte, maar het raadselachtige zit hem in de ongeschreven regels die erbij horen. In het begin lijkt het alsof iedereen iedereen zoent,  maar dat blijkt al gauw een misverstand.  Het is ook niet zo dat ze elkaar de hele dag zoenen, zoals ik eerst dacht; de regel is één keer per dag.

Geen enkele Fransman of vrouw heeft mij tot op heden uit kunnen leggen wat de regels zijn: wie zoent wie, wie neemt het initiatief, wanneer wel en wanneer niet, links of rechts beginnen. Het blijken subtiele codes te zijn die je eigenlijk alleen gevoelsmatig kunt aanleren. Je krijgt aanwijzingen door kleine gebaartjes of aarzelingen in gedrag. Je leert dat het te maken heeft met jong en oud, hiërarchie en de verschillende sociale groepen. Alleen door ervaring moet je leren wie je wel en niet zoent en wie het initiatief hoort te nemen. En dan blijkt het zelfs voor Fransen niet altijd een uitgemaakte zaak te zijn. 

Ik heb 'm te pakken
Op het schoolplein werd ik daar dagelijks mee geconfronteerd. In het begin ging ik er met lood in mijn schoenen heen. Ik voelde mij er erg ongemakkelijk bij en eerlijk gezegd had ik helemaal niet de behoefte ‘jan en alleman’ te zoenen. Bovendien kost het nogal wat tijd om iedereen op die manier te begroeten. Het blijft namelijk niet bij zoenen alleen, er hoort een begeleidende conversatie bij die behoorlijk wat creativiteit vereist, zeker in het begin. 

Kortom: het duurt even voor je de deur van school bereikt, alwaar zoonlief of dochter ongeduldig op je staat te wachten.

Nu, enige jaren later, begin ik er aardig plezier in te krijgen. Ik voel de regels steeds beter aan, zonder dat ik precies kan zeggen hoe het werkt. 

De regels ten aanzien van het zoenen op het schoolplein heb ik nu onder de knie. In andere situaties begint het ook te komen. In geval van twijfel bood ik de eerste jaren altijd mijn wang aan, onder het persoonlijke motto: liever te veel dan te weinig. 

Na enige missers ben ik daar op terug gekomen. Tegenwoordig let ik meer op de situatie, de kleine gebaartjes die de tegenpartij maakt en mijn eigen behoeftes. 

Deze gewoonte zit er bij mij nu zo goed in, dat familie en vrienden uit Nederland al lang niet meer opkijken wanneer ik hen elke ochtend opnieuw zoen alsof ze net zijn aangekomen.

Conclusie: Het land van binnenuit
Het mag duidelijk zijn: met je nieuwe land krijg je er ook een heel scala nieuwe gewoontes en gebruiken bij. Dat kan een enorme verrijking zijn voor jezelf omdat je nu meer keuze hebt in je gedrag. Je handelt niet meer automatisch op een bepaalde wijze zoals je dat voorheen gewend was. Je bent min of meer gedwongen om over je eigen gedrag na te denken en daar opnieuw een keuze in te maken. En na enige oefening kun je er aardig wat plezier aan beleven...