Een nieuwe wereld
Je emigreert meestal niet vanuit het verlangen om in je nieuwe land exact hetzelfde te gaan doen als in Nederland. Je wilt juist dat je leven anders wordt. Beter, prettiger, zinvoller.
Je besluit je leven anders in te richten en nieuwe dingen te gaan doen. En dat is vaak niet het enige: in veel gevallen is er ook de wens om een andere kant van jezelf naar boven te halen. Hoe doe je dat, die andere kant van jezelf de ruimte geven? Alleen de grens over gaan, maakt je geen ander mens. Andere dingen doen helpt zeker, maar het kost wel wat tijd om zover te komen.
Mijn nieuwe vaardigheden, geboren ‘uit noodzaak’
Stel, je hebt het idee om buiten te gaan wonen, meer in contact met de natuur te leven. Een mooi streven en een veelgenoemd motief voor emigratie. Dit nieuwe buitenleven vereist bepaalde vaardigheden. Vaardigheden die je bij aankomst misschien nog niet helemaal beheerst. Tijd voor bijscholing…
Als stadse psychologe, begaan met de menselijke psyche en de daarbij behorende problemen, bleken mijn persoonlijke kwaliteiten van ‘weinig praktische waarde’ in het dagelijkse leven op het Franse platteland. Gewend als ik was aan afhaalmaaltijden, centrale verwarming en Albert Heijn, voelde ik mij in het begin behoorlijk onthand.
Hier zat men niet te wachten op een diepgaande analyse van persoonlijke motieven. Hier moesten druiven geplukt worden en taarten gebakken. Hier is het belangrijk dat je een haardvuur aan kunt maken én deze vervolgens de hele dag aan kunt houden. De blauwe lippen van mijn kinderen, tijdens de eerste winter, waren het directe bewijs dat deze vaardigheid mij niet van nature gegeven was.
Zolang je dergelijke basisvaardigheden niet beheerst, komt het niet eens tot een gesprek. Laat staan een analyse.
Tegenwoordig kun je mij nu rustig de tuin insturen, hetzij voor een bosje rozemarijn, tijm, peterselie of koriander, hetzij voor het wieden van onkruid. Sinds ik bewezen heb dat ik opkomende klaprozen kan onderscheiden van echt ongewenst groen, mag ik namelijk van iedereen (weer) onkruid wieden. Wel is duidelijk dat ik zelf nooit een groentetuin zal aanleggen: ik heb moeten vaststellen dat tuinieren niet tot één van mijn aangeboren talenten behoort.
Uiteindelijk heb ik allerlei nieuwe vaardigheden bijgeleerd omdat de situatie daar om vroeg. Persoonlijk ben ik er erg blij mee. Het geeft mij het gevoel dat ik meer mijn voeten op de grond heb en meer besef heb van het praktische dagelijkse leven. Door de praktijk van alledag wordt je min of meer gedwongen om je met andere dingen bezig te houden.
Tegelijkertijd was het ook vreemd om te ervaren dat mijn zelfbeeld en eigenwaarde voor een deel gerelateerd waren aan het werk dat ik in Nederland deed, hetgeen in eerste instantie zo weinig bruikbaar leek in mijn nieuwe leven.
Latente of verwaarloosde talenten die (eindelijk) tot bloei komen
Bij die andere kant van jezelf horen hoogstwaarschijnlijk ook talenten, hobby´s of bezigheden die in eerdere situaties niet zo aan bod kwamen.
Wanneer je emigreert, heb je wellicht bewust of onbewust de gelegenheid gecreëerd om meer ruimte, tijd en energie te maken voor deze talenten. In sommige gevallen is het heel duidelijk wat je gaat doen, bijvoorbeeld als je altijd al wilde schilderen, schrijven of een eigen bedrijfje beginnen en dit door je emigratie mogelijk wordt.
In andere gevallen kan het in eerste instantie minder duidelijk zijn op welke manier je invulling wilt geven aan je talenten, hobby´s of bezigheden.
Zo heeft het mij aardig wat tijd gekost om een nieuwe vorm te vinden voor een aantal bezigheden die ik na lange tijd weer wilde oppakken. Het duurde geruime tijd voor ik mij realiseerde dat ik lang gezocht heb naar een ‘Nederlandse’ manier om vorm te geven aan mijn nieuwe bezigheden. Zo vond ik hier de entourage van veel activiteiten behoorlijk sfeerloos en weinig aantrekkelijk. Het stond ver af van het beeld dat ik in mijn hoofd had. Na verloop van tijd leerde ik pas om door alle soberheid heen te kijken en echt te zien wat mijn nabije omgeving te bieden had. En vanaf dat moment waren er legio mogelijkheden.
Met grote overgave doe ik elke twee jaar mee aan de plaatselijke Soiree Cabaret, heb ik mijn talent voor het maken van choreografieën ontdekt en blijk ik aardig handig in het tailleren van de wijngaarden en het plukken van druiven (dat dan weer wel, qua groen vingers). In Nederland zou ik dit nooit voor mijzelf bedacht (of gewild) hebben.
