Op weg naar een bijeenkomst reed ik in het donker door de wijnvelden. Opeens stond hij daar, midden op de weg: het zwijn. Er was geen ontwijken aan en het kwam tot een frontale botsing. Voor mij liep dat beter af dan voor het arme zwijn; hij overleefde de botsing niet.
Ik kwam met de schrik vrij. En hoewel ik te doen had met het arme beest, was één ding voor mij direct duidelijk: ik kon dat zwijn daar niet laten liggen. Ik woonde lang genoeg op het Franse platteland om te weten dat ik zo’n zwijn niet aan de kant van de weg kon laten. Niet uit morele overwegingen, maar omdat het hier om een buitenkansje ging. Maar wat te doen?
Ik besloot naar een bevriende wijnboer te gaan, een halve kilometer verderop, om zijn hulp in te roepen. Eenmaal samen terug op de plek des onheils, bleek mijn zwijn verdwenen te zijn. ‘Wel verdorie’, mompelden we in het Frans tegen elkaar: ‘wie is er met ons zwijn vandoor?’.
Wat nu?
Daar hoefden we niet lang over na te denken. Uit tegenovergestelde richting kwamen er twee auto’s aanrijden die vlak naast ons stilhielden. De burgemeester in hoogsteigen persoon. Op weg naar huis had hij het zwijn zien liggen. Hij had hem zorgvuldig op een donkere plek naast de weg gelegd en keerde nu terug om zijn buit op te halen. Met enkele jagers in zijn kielzog.
Daar hoefden we niet lang over na te denken. Uit tegenovergestelde richting kwamen er twee auto’s aanrijden die vlak naast ons stilhielden. De burgemeester in hoogsteigen persoon. Op weg naar huis had hij het zwijn zien liggen. Hij had hem zorgvuldig op een donkere plek naast de weg gelegd en keerde nu terug om zijn buit op te halen. Met enkele jagers in zijn kielzog.
Even leek er sprake te zijn van een soort patstelling: twee partijen die hun buit kwamen op eisen. ‘Wat nu?’ vroeg ik mij af. Maar daar bleken duidelijke regels voor te zijn. Aangezien ik degene was die het zwijn had aangereden, was het voor hen kennelijk duidelijk dat het zwijn mij ’toebehoorde’: ik moest hem maar delen met de wijnboer. Pas de problème. Er werden mij allerlei recepten aan de hand gedaan en ik werd gefeliciteerd met deze prima vangst. En wat een mazzel, zo vlak voor kerstmis.
Hakkelend en stamelend
Niks aan de hand zou je zeggen. Een zwijn voor kerst, dat is mooi geregeld. Maar wanneer je een laagje dieper naar bovenstaand voorbeeld kijkt, dan spelen er voor mij, als emigrant, ook nog andere emoties een rol, behalve schrik en opwinding over deze onverwachte wending van de avond. Onzekerheid, een gevoel van onhandigheid en vertwijfeling waren er ook.
Niks aan de hand zou je zeggen. Een zwijn voor kerst, dat is mooi geregeld. Maar wanneer je een laagje dieper naar bovenstaand voorbeeld kijkt, dan spelen er voor mij, als emigrant, ook nog andere emoties een rol, behalve schrik en opwinding over deze onverwachte wending van de avond. Onzekerheid, een gevoel van onhandigheid en vertwijfeling waren er ook.
En dan kom ik op het gevoel dat je soms als emigrant ervaart: alsof je communiceert met je ‘kaplaarzen’ aan. Het is de onhandigheid die je ervaart als buitenlander in situatie’s waarvan je slechts een vaag idee hebt van wat je ‘geacht’ wordt te doen. Situaties waarvan je de (specifieke) vocabulaire niet beheerst en de gedragscodes niet kent. Je hebt weinig om op terug te vallen.
Je doet dus maar wat. Je hakkelt je er doorheen en probeert er het beste van te maken. Je weet dat je niet alles kan volgen en je vindt ook niet altijd de juiste woorden om jezelf uit te drukken. Je voelt dat er van alles speelt, maar je kunt er niet je vinger op leggen. Je begrijpt in grote lijnen wat er gaande is, maar je wéét dat de nuances je ontgaan.
En zonder dat je het wilt, heb je het gevoel dat je in het begin soms met je ‘kaplaarzen’ door het dagelijkse leven banjert.
Tussen de regels door leren
Hoe kan ik als stadse Nederlandse weten hoe het zit op het Franse platteland? Dat kan ik alleen maar leren in de praktijk.
Van alle recepten die ze mij aan de hand deden voor de bereiding van het zwijn, kon ik er niet één terug halen toen ik eenmaal thuis was. Omdat die woorden nog (niet) in mijn systeem zaten en omdat ik veel te veel bezig was geweest met andere zaken.
Hoe kan ik als stadse Nederlandse weten hoe het zit op het Franse platteland? Dat kan ik alleen maar leren in de praktijk.
Van alle recepten die ze mij aan de hand deden voor de bereiding van het zwijn, kon ik er niet één terug halen toen ik eenmaal thuis was. Omdat die woorden nog (niet) in mijn systeem zaten en omdat ik veel te veel bezig was geweest met andere zaken.
Ik probeerde de grote lijn in het gesprek tussen 4 dialect sprekende heren te volgen en uit te maken wat er gezegd werd en wat er bedoeld werd. Was het inderdaad de bedoeling dat ik het zwijn meenam en samen met de wijnboer deelde? Of behoorde het zwijn eigenlijk de jagers toe? En was het niet zo dat ik officieel het zwijn aan de burgemeester (!) of de politie moest overdragen?
Voorbeelden van vragen die deze nieuwe situatie in mij opriepen. Een deel daarvan werd beantwoord, een deel blijft nog een mysterie voor mij. Wellicht tot het volgende zwijn mijn pad kruist.
