Van je vrienden moet je het hebben...
Nog nooit heb ik zoveel vrienden en familie over de vloer gehad als in de beginperiode van mijn emigratie. Zeker in de zomermaanden! De eerste 5 maanden waren we welgeteld 3 dagen alleen...
Daarom geen toepasselijker thema voor de zomer dan het bezoek van familie en vrienden uit Nederland.
De zomer is bij uitstek de periode dat familie en vrienden de tijd en
gelegenheid hebben om bij je op bezoek te komen. Of je nu heel ver woont of
relatief dichtbij.
Weer even de banden aanhalen
Eén van de moeilijkere aspecten van het emigreren is het
achterlaten van je familie en vrienden. Wanneer je vertrekt, is het vaak nog
onduidelijk hoe de toekomstige relatie met je familie en vrienden eruit zal
zien. Naast alle moderne middelen van contact, hoop je dat een aantal van hen
(regelmatig) langs zal komen op je nieuwe plek: die momenten zijn belangrijk om
op een nieuwe manier in contact te zijn.
Er is echter wel een duidelijk verschil tussen jou en je bezoek:
jij bent in je (nieuwe) leefomgeving en je familie en vrienden zijn op
vakantie. Soms botst dat. Soms is het even zoeken naar de beste manier voor
beide partijen. Dan kost het tijd om met je familie en vrienden een manier te
vinden om goed samen te zijn én tegelijkertijd de ruimte en tijd te hebben om
je eigen leven te leiden.
Voor mij was het niet anders. ‘Kom gerust langs’ zei ik nog
tegen iedereen, voor ik wegging.
En ze kwamen, in grote getale. En ze bleven komen.
Gids in je nieuwe land
In het begin was het heerlijk om samen de omgeving te ontdekken,
elke markt in de wijde omtrek te bezoeken, eenzame strandjes te ontdekken. Vol
trots laat je de nieuwe omgeving zien aan iedereen die wil. Als een soort bevestiging van jouw eigen
besluit: vind je het ook zo geweldig hier?
Flessen wijn bij zonsondergang, uitgebreid koken, lange
wandelingen,etc. Onze gasten vonden inderdaad dat we het geweldig hadden…
Zelf was ik er alleen niet helemaal meer bij. Wanneer de
kinderen eenmaal op bed lagen en de bergen afwas waren weggewerkt, kon ik mijn ogen vaak niet meer open houden.
En alle gezelligheid ten spijt, ik kon mijn draai niet vinden.
‘Je moet vooral je eigen gang gaan’ zeiden mijn gasten heel vriendelijk tegen
mij. Maar wat was in hemelsnaam ‘mijn eigen gang’, ik was er net.
Heen en weer tussen het oude en nieuwe
Er speelt nog een ander aspect mee in je relatie tot het bezoek.
Het bezoek van familie en vrienden vertegenwoordigt in het begin vaak een
stukje Nederland. Een deel van je ‘oude’ leven voor je emigratie. Het feit dat
zij langskomen kan je steun geven en houvast, het kan je het gevoel geven dat
je weer even ‘thuis’ bent, onder ‘ons’ bent.
Naarmate
je langer geëmigreerd bent, bouw je steeds meer een nieuw leven op. Je krijgt
nieuwe sociale contacten en je laat je oude leven steeds meer los. De band met
Nederland wordt daardoor anders. Het bezoek van familie en vrienden gaat steeds
minder om ‘dat wat er vroeger was’ en steeds meer om het contact zelf.
Als ik heel eerlijk ben, moet ik bekennen dat ik het heerlijk
vind dat het nu wat minder druk is. Af en toe geen bezoek tijdens de
vakantie, niet de hele tijd extra schoonmaken, afwassen, boodschappen doen. Al
blijft het soms lastig om mee om te gaan, alsof je heen en weer geslingerd
wordt tussen twee verschillende werelden.
En nu...
Het is nog steeds ontzettend gezellig en ik drink graag een glaasje wijn bij zonsondergang. Tegelijkertijd probeer ik het wat beter te plannen zodat niet iedereen tegelijk komt of direct na elkaar.
En ik zorg dat ik voldoende tijd over houd om al die andere
dingen te doen die voor mij ook belangrijk zijn: werk, de sociale contacten in
het dorp, feestjes bij de buren, etc. Tot mijn verrassing blijken sommige
vrienden zich uitermate goed thuis te voelen op de dorpsfeestjes.
En waar ik eerst zo bang was dat het contact drastisch zou
afnemen in de loop der jaren, merk ik nu dat de drukte –gelukkig- minder
is geworden, maar dat de contacten die belangrijk zijn, solide genoeg
zijn.
